De hoogte van de AOV-uitkering wordt bepaald op basis van je verzekerd bedrag, je gekozen dekkingspercentage, je beroepsarbeidsongeschiktheid en de mate waarin je arbeidsongeschikt bent verklaard. Hoe meer je verzekerd hebt en hoe hoger je arbeidsongeschiktheidspercentage, hoe hoger de uitkering.
1. Het verzekerd bedrag (het basisbedrag)
Dit is het bedrag dat je zelf kiest bij het afsluiten van de AOV. Meestal is dit gebaseerd op:
- je huidige inkomen of winst uit onderneming
- wat verzekeraar maximaal toestaat (vaak 70–90% van je inkomen)
Dit bedrag vormt de basis voor de uiteindelijke uitkering.
2. Het dekkingspercentage
Een AOV keert meestal 70% tot 80% van het verzekerd bedrag uit. Bijvoorbeeld:
- verzekerd bedrag: € 40.000,- per jaar
- dekkingspercentage: 80%
- maximale uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid: € 32.000,- per jaar
3. De mate van arbeidsongeschiktheid
De verzekeraar laat een arts en arbeidsdeskundige bepalen in hoeverre je nog kunt werken. Je ontvangt:
- 0% uitkering bij < 25% arbeidsongeschiktheid
- gedeeltelijke uitkering tussen 25–80% arbeidsongeschiktheid
- volledige uitkering bij 80–100% arbeidsongeschiktheid
(Exacte schijven verschillen per verzekeraar.)
4. Het soort arbeidsongeschiktheid (de beoordelingsgrond)
Dit beïnvloedt hoeveel uitkering je krijgt:
- Beroepsarbeidsongeschiktheid: beoordeling gebeurt op je eigen beroep → vaak hogere uitkering.
- Passende arbeid / gangbare arbeid: beoordeling gebeurt op wat je nog kán doen → vaak lagere uitkering.
5. De wachttijd (eigenrisicoperiode)
Je kiest zelf een wachttijd, bijvoorbeeld 1 maand, 3 maanden of 1 jaar. Tijdens deze periode krijg je geen uitkering. Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie, maar dit verandert niets aan de hoogte van de uiteindelijke uitkering.
6. Indexatie van de uitkering
Als je indexatie hebt gekozen, stijgt de uitkering jaarlijks mee met inflatie. Zonder indexatie blijft de uitkering gelijk, waardoor de koopkracht daalt.
Conclusie
De hoogte van je AOV-uitkering hangt af van het verzekerd bedrag, het dekkingspercentage, je arbeidsongeschiktheidspercentage en het soort arbeidsongeschiktheid waarmee je beoordeeld wordt. Hoe hoger deze waarden, hoe hoger de uiteindelijke uitkering.
